Vlaams Parlement buigt zich over toekomst EU

Door Karl Vanlouwe, Cathy Coudyser op 3 februari 2022, over deze onderwerpen: Europees beleid

Op 3 februari boog het Vlaams Parlement zich over de toekomst van de EU. In samenwerking met het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap (VLEVA) werd een webinar georganiseerd met gastsprekers uit de academische wereld, het middenveld en de Vlaamse diplomatie. 

Met dit evenement gaf het Vlaams Parlement een eerste aanzet voor zijn bijdrage aan de Conferentie over de toekomst van Europa, een initiatief van de Europese instellingen om de richting te bepalen die de EU de komende decennia moet uitgaan. Het Vlaams Parlement koos daarbij resoluut voor een concrete aanpak rond tastbare voorstellen. Vlaams volksvertegenwoordiger Cathy Coudyser (N-VA) leidde in: “Debatteren over de EU gebeurt niet vanuit een theoretische ivoren toren. Vandaag slaat het Vlaams Parlement de brug naar de samenleving, naar het rijke Vlaamse middenveld met haar bedrijven, organisaties, sociale partners én naar de burger.”

Aanvankelijk zou het een groots evenement worden, maar corona gooide roet in het eten. Het werd een webinar. Niet minder interessant, uiteraard: het webinar behandelde drie verschillende deelvragen, telkens met Vlaamse inslag. De panels debatteerden eerst over de kloof tussen de Vlaming en de EU en vervolgens over de visie en verwachtingen van de Vlaming ten aanzien van de EU. Afgesloten werd er met een panelgesprek over de rol van een deelstaat als Vlaanderen binnen de EU.

Vlaams volksvertegenwoordiger Karl Vanlouwe (N-VA), tevens vertegenwoordiger van het Vlaams Parlement in de Toekomstconferentie, toonde zich na afloop bijzonder tevreden. Ook hij vond dat debatten over de EU tastbaar moeten zijn en zich moeten toespitsen op concrete maatregelen die echt meerwaarde creëren voor burgers en bedrijven.

Zelf lanceerde Vanlouwe het idee van zogenaamde groene en rode kaarten, om de positie van Vlaanderen in de EU te versterken en de kloof met de burger te verkleinen. Zulke kaarten geven nationale en deelstatelijke parlementen de mogelijkheid om EU-wetgeving respectievelijk te initiëren dan wel af te houden. “Zo’n systeem is een noodzakelijke voorwaarde om het subsidiariteitsprincipe ten volle te erkennen in de EU. Dat is tenslotte het basisbeginsel van Europese samenwerking: verenigd in verscheidenheid”, aldus Vanlouwe.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is