We gaan toch geen handen schudden met Joseph Kabila?

Door Bart De Wever, Karl Vanlouwe op 26 maart 2012, over deze onderwerpen: Afrika, Buitenlandse Zaken, Diplomatie

Onlangs publiceerden de Verenigde Naties een ophefmakend rapport. Volgens de VN hebben Congolese veiligheidstroepen zich bij de verkiezingen in november vorig jaar schuldig gemaakt aan ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder moord en marteling. Daarnaast zitten 265 mensen nog te wachten in een gevangeniscel, zonder enige vorm van proces.

Op het kabinet Buitenlandse Zaken, in de Karmelietenstraat, blijft het oorverdovend stil, net als toen uittredend president Kabila vorig jaar de grondwet wijzigde om zijn herverkiezing veilig te stellen. Nog voor de cijfers officieel bekend werden gemaakt, vond al een ontmoeting plaats met de Congolese minister van Buitenlandse Zaken. In Hertoginnedal overigens, ver verwijderd van Buitenlandse Zaken en de nabijgelegen Matongéwijk.

De rapporten over de verkiezingen van het Carter Instituut en de Europese Unie waren nochtans niet mis te verstaan. In sommige districten was er 100 procent opkomst, met 99,9 procent stemmen vóór de uittredende president. Faut le faire. Van een eerlijke stembusslag was amper sprake. Nochtans was dat dé voorwaarde die ons land stelde aan de financiële steun - 16,5 miljoen euro - voor de verkiezingen.

De officiële aankondiging van Reynders' bezoek vond enkele weken geleden plaats. Onze ambassadeur in Kinshasa benadrukte "de uitstekende samenwerking tussen België en Congo, twee landen die zich momenteel in een fase van permanente en constructieve dialoog bevinden". Het aangehaalde citaat is symptomatisch voor de totale afwezigheid van visie ten aanzien van Congo. Onder de paars-groene regering werden de banden met Kinshasa nieuw leven ingeblazen. Toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel gaf alle prioriteit aan Congo, maar de veelvuldige bezoeken bewoog Kabila, vader én zoon, allerminst om werk te maken van democratie of van economische en sociale ontwikkeling. De levensstandaard van de Congolezen blijft tot op vandaag een van de laagste ter wereld.

Strategische visie
De passage van Karel De Gucht, die wel de nodige kritiek durfde te uiten aan het adres van de machthebbers in Kinshasa, was ophefmakend in de diplomatieke salons. Maar het resulteerde gewoonweg in een parallel beleid waarin toenmalige ministers André Flahaut en Armand De Decker wél de contacten op hoog niveau bleven onderhouden. Amper was De Gucht vertrokken naar de Europese Commissie, of de regering stemde in met de aanwezigheid van koning Albert op de ceremonie voor 50 jaar onafhankelijkheid. Een betere aanzet voor zijn campagne een jaar later kon Kabila zich niet inbeelden.

Vandaag worden onze banden met Kinshasa nog bepaald door een historisch schuldbesef, maar bovenal door individuele belangen, vooral aan Franstalige kant. Ook deze reis kadert in het ondersteunen van economische contacten.

Niemand betwist de noodzaak, zeker in moeilijke tijden, van economische diplomatie. Maar dit mag geen vrijgeleide zijn om een regime te legitimeren dat via frauduleuze verkiezingen aan de macht probeert te blijven. En dat is wat nu zal gebeuren. Onze minister van Buitenlandse Zaken is de eerste Europese minister die naar Kinshasa reist. Uiteraard zal dit de positie van Kabila op internationaal vlak versterken, tegen de wil van de Congolezen.

Van onze diplomatie kan niet worden verwacht dat wij overal tussenbeide komen. Prioriteiten moeten afgewogen worden. In Congo daarentegen hebben we wel nog invloed. Dat we deze aanwenden om Kabila te legitimeren, is dan ook des te pijnlijker. Ze is ook weinig constructief ten aanzien van een gemeenschappelijk Europees beleid. De felicitatiebrief van Di Rupo aan het adres van Kabila, nog voor de uitslag goed en wel bekend was, was al ongehoord. Onder druk van Europa kon verhinderd worden dat een lid van onze regering de eedaflegging van Kabila zou bijwonen. Vandaag isoleren we ons opnieuw. Europees commissaris voor Humanitaire Hulp, Kristilina Georgieva, heeft duidelijk een andere visie. In De Standaard verklaarde ze, zonder een blad voor de mond te nemen, dat de Congolese staat zijn burgers in de steek laat.

Wij roepen in de eerste plaats de minister van Buitenlandse Zaken op om in samenspraak met het federale parlement, de deelstaten en het middenveld, een strategische visie te ontwikkelen over het beleid ten aanzien van Congo. De huidige ad-hocdiplomatie creëert onduidelijkheid voor ons. Maar ook de machthebbers in Kinshasa moeten weten welke voorwaarden wij koppelen aan onze steun, toch nog altijd een jaarlijks bedrag van om en bij 120 miljoen euro. Voorwaarden die te maken hebben met vooruitgang inzake democratische ontwikkeling, respect voor de mensenrechten, goed bestuur en de strijd tegen de corruptie. Stuk voor stuk gebieden waar Congo op elke internationale vergelijking onderaan bengelt. Ook Vandaag kan Reynders al actie ondernemen, door alvast het 'herkozen' staatshoofd niet de hand te drukken.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is