Vlaanderen mag niet afzijdig blijven in debat over plan W

Door Karl Vanlouwe, Lieven De Rouck op 19 januari 2012, over deze onderwerpen: Hervorming Brussel

Door steeds weer te kiezen voor het eigen gewest lijkt Brussel niet alleen Vlaanderen te hebben afgeweerd, maar ook de belangengemeenschap met Wallonië op het spel te hebben gezet.

‘Als de Walen niet meer van Brussel willen weten, dan moeten we misschien de steun van Vlaanderen zoeken’. Aan het woord is de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux (PS). In Wallonië woedt een hevig debat over plan B, of beter ‘plan W’. Hoe moet Wallonië een splitsing van België voorbereiden? En moet het daarbij vasthouden aan de band tussen Wallonië en Brussel? Met zijn uitspraken stelt Moureaux het debat op scherp. Politicoloog Pascal Delwit liet verstaan dat die discussie niet nieuw is en dat het wel zo’n vaart niet zal lopen (DS 18 januari). Toch is het belangrijk dat Vlaanderen niet afzijdig blijft in het debat, dat weliswaar niet nieuw, maar zeker ook niet voltooid is.

De liefde tussen Vlaanderen en Brussel is grotendeels eenrichtingsverkeer. Vlaanderen blijft roepen dat het Brussel niet zal loslaten; Brusselse politici kwalificeren de liefdesverklaringen als ongewenste bemoeienissen. Zo stelde Yvan Mayeur (PS en OCMW-voorzitter van Brussel stad) ooit dat hij de Vlamingen binnen Brussel ‘echt niet meer macht zal geven’. Hij was het ook ‘beu om door Vlamingen de les te worden gelezen. Al die mensen die met hun gat in de boter zitten, hier hun geld verdienen, maar ’s avonds naar hun dorpjes terugkeren’.

We kunnen dan ook alleen hopen dat Moureaux écht met een open blik naar Vlaanderen zal kijken. Of moeten we zijn dreigende woorden zien als een knuppel in het hoenderhok, met de bedoeling de rangen te sluiten en de Franstalige eendracht te herstellen? Het zou een aloud, beproefd recept zijn, waarbij de ogenschijnlijke eendracht veeleer is gebaseerd op gemeenschappelijke belangen in een cynisch politiek machtsspel dan op een echt gevoel van Waals-Brusselse samenhorigheid. Een spel waarbij het derde gewest, het Brusselse, twee belangen dient: de Franstalige dominantie tenminste in Brussel verzekeren én het uiteenvallen van het land beletten.

Geen absolute liefde
Uit het verleden blijkt immers dat de liefde tussen Wallonië en Brussel nooit absoluut is geweest. In 1993 werd de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie omgedoopt tot het ‘Parlement francophone bruxellois’ (zonder verwijzing dus naar de Franse Gemeenschap). Maar ook de oprichting van de Fédération Wallonie-Bruxelles was vooral symbolisch. Zo moest Charles Picqué toegeven dat de Franse Gemeenschap – ook met die nieuwe Fédération – niet voldoende investeringen in Brussel kon garanderen. En de Brusselse PS-voorzitter Rudi Vervoort luidde recent de alarmbel over het gebrek aan aandacht voor Brussel in het beleid van de Franse Gemeenschap. Dat terwijl de Vlaamse Gemeenschap wél structureel middelen voor Brussel uittrekt: de ‘Brusselnorm’ leidt ertoe dat voldoende Vlaamse investeringen in Brussel belanden.

Bovendien toont de oprichting van de Fédération Wallonie-Bruxelles niet zozeer hoe graag Wallonië en Brussel elkaar zien, maar eerder hoe groot de verwijdering is. Hoe beperkt een concept als de ‘Franse Gemeenschap’ aanslaat. Een blik in de spiegel en de existentiële twijfel sloeg toe: wie zijn wij? Zijn we niet eerder een ‘federatie’ dan een ‘gemeenschap’? Vlaanderen daarentegen ziet geen nood om zijn naam te wijzigen in‘Vlaams-Brusselse federatie’. Het ziet Brussel als een natuurlijk deel van zijn open gemeenschap.

Brussel als volwaardig gewest? Boemerang eerder dan bouwsteen voor de toekomst. In 2008 schreef de Brusselse filosoof Peter De Graeve: ‘Brussel wil het geld, de grond en het respect van de anderen. Maar niet hun inspraak. De kleine utopische wereldstad wil in alles voorbeeldig zijn, behalve in haar voorbeeldfunctie als hoofdstad voor alle Belgen’.

Vergaloppeerd
Zou het kunnen dat de Franstalige politici zich hebben vergaloppeerd door steeds weer te kiezen voor het eigen gewest? Dat zij zo niet alleen de aanspraak van Vlaanderen hebben afgeweerd, maar ook de belangengemeenschap met Wallonië op het spel hebben gezet? Zou het kunnen dat die ‘gemeenschappelijke’ belangen door het recente communautaire akkoord, de economische crisis en de saneringsuitdagingen nu – zij het aarzelend – danig in vraag worden gesteld?

Daarin dragen de Vlaamse politici uiteraard ook hun verantwoordelijkheid. Vlaams-Brusselse excellenties die andere Vlaamse partijen verwijten dat ze Brussel laten vallen, terwijl ze zelf de drieledigheid beduidend hebben versterkt en zo de band tussen Vlaanderen en Brussel hebben verzwakt. Brussel kan niet zonder investeringen van de beide gemeenschappen. Laat ons daarom vandaag vooral de kans grijpen. Laat Vlaanderen Brussel opnieuw volledig in de armen sluiten. En laat de wederzijdse liefde groeien, zodat Brussel welkom is met zijn ‘bekommernissen’ en eindelijk ook oprecht zal openstaan voor die Vlaamse ‘bemoeienissen’. Luidt een Frans spreekwoord immers niet ‘L’indifférence est le commencement de l’échec’?

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is