Meer dan 8 op 10 inburgeraars die voor een Vlaams inburgeringstraject kiezen, doen dat op vrijwillige basis. Dat onderstreept dat inspanningen nodig blijven om ook verplichte inburgeraars toe te leiden naar het Vlaamse aanbod. De Brusselse gemeenten spelen daarin een sleutelrol, aangezien zij vaak het eerste aanspreekpunt zijn voor nieuwkomers. De ronde langs de 19 Brusselse gemeenten door Vlaams minister van Brussel Cieltje Van Achter is een goed voorbeeld van hoe gemeenten daarop attent gemaakt kunnen worden. Zij bracht daarbij in de Brusselse gemeenten waar ze kwam het Vlaamse inburgeringsaanbod systematisch onder de aandacht.
“Deze cijfers tonen aan dat het Vlaamse inburgeringsaanbod gesmaakt wordt. Vlaanderen voorziet jaarlijks middelen voor 4.000 kosteloze inburgeringstrajecten en laat de Brusselse nieuwkomer dus niet los”, zegt Vanlouwe.
Tweetalig traject minder succesvol
Naast het Vlaamse inburgeringstraject kan de nieuwkomer in Brussel kiezen voor het tweetalige traject georganiseerd door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC). De doorstroom naar het Nederlandstalige luik daarvan blijft echter bijzonder laag: amper 48 inschrijvingen, of minder dan 1% van het totaal. Dat wijst op een structureel gebrek aan inspanningen van de GGC om nieuwkomers naar het Nederlands toe te leiden.
“Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid in Brussel ten volle op. Dankzij de gedeelde inspanningen van minister Crevits en minister Van Achter zorgen we voor een sterk Vlaams inburgeringsbeleid in de hoofdstad”, besluit Vanlouwe.