Diplomatie, voorrecht van de koning?

Door Karl Vanlouwe op 25 juli 2013, over deze onderwerpen: Diplomatie, Monarchie

Deze week maakte het Paleis de lijst bekend van de medewerkers van de nieuwe koning. Karl Vanlouwe noteert dat er veel diplomaten onder de nieuwe paleismedewerkers te vinden zijn en vindt dat geen toeval.

In het Europa van de negentiende eeuw was diplomatie een taak die voorbehouden werd aan koningen en hun entourage. Dat was trouwens de hoofdreden waarom de grootmachten van die tijd - Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk - erop aandrongen dat een niet-verkozen koning aan het hoofd zou staan van de Belgische staat. Het idee om de diplomatie te beperken tot een kleine kring was even doordacht als simpel: de kans is onbestaande dat vorsten en edellieden revoluties zouden ontketenen. Zij zouden hier immers het eerste slachtoffer van worden.

Bevoorrechte relaties

De betrekkingen tussen staten moesten dus toekomen aan een instelling die zo ver mogelijk van de bevolking af stond: de monarchie. In de Belgische grondwet werd dit vertaald in artikel 167: 'De Koning heeft de leiding van de buitenlandse betrekkingen.' Adellijke kringen ondersteunden de koning in zijn internationale politiek.

Zo ontstonden hele dynastieën wier nazaten tot vandaag nog in de diplomatieke salons vertoeven: Nothomb, de Ligne, Davignon, d'Ursel. Wie toevallig de FOD Buitenlandse Zaken bezoekt - in de Karmelietenstraat op een boogscheut van het paleis - kan moeilijk voorbij aan de adellijke titels en de scharnierwoorden op de naamkaartjes. Ook nieuwbakken kabinetschef Frans Van Daele voert de titel van baron, weliswaar voor bewezen diensten.

Vandaag is de situatie enigszins anders. De minister van Buitenlandse Zaken waakt over de internationale relaties. Met de Fayat-boys van de jaren 1960 trad ook een eerste generatie Vlamingen toe tot de diplomatie die tot dan uitsluitend Franstalig was. Daarnaast hebben ook de deelstaten verreikende bevoegdheden, zoals verdragen sluiten en de export promoten.

Club Med-catalogus

Toch blijft het spook van de negentiende eeuw aanwezig bij de Belgische diplomatie. Zo willen de traditionele partijen niet dat de rol van de koning aan het hoofd van de diplomatie en het leger ter discussie wordt gesteld. Integendeel: minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) zei onomwonden dat de koning zelfs deelnam aan Navo-vergaderingen.

Wie naar de lijst van medewerkers van koning Filip kijkt, merkt dat er ook vandaag nog zeer nauwe banden bestaan. De kabinetschef, de adjunct-kabinetschef, de woordvoerder, de economische adviseur, de secretaris van Mathilde, allen worden ze gedetacheerd - en dus ook betaald - door Buitenlandse Zaken.

Van iemand die kiest voor het beroep van diplomaat, verwacht je nochtans dat die de ambitie heeft om iets verder van huis te werken dan Laken. Het buitenland is groot en er zijn genoeg internationale uitdagingen waar onze diplomaten nuttiger werk kunnen verrichten. De keuze om voor het Paleis te werken, zou onlogisch zijn, mocht er inderdaad niets tegenover de 'bewezen' diensten staan. Maar als ze enkele jaren hebben meegedraaid op het Paleis, worden de medewerkers beloond met een ambassadeurspost naar keuze: Londen, Tokio, Tel Aviv. Een beetje zoals kiezen uit een Club Med-catalogus.

Un roi politique et diplomatique

Als senator heb ik deze praktijk al meermaals aan de kaak gesteld. Mijn wetsvoorstel om een parlementaire controle toe te laten op de benoeming van ambassadeurs werd zonder veel discussie door de meerderheid weggestemd omdat het 'precaire evenwichten' in gedrang brengt. Zowel het Paleis als de traditionele partijen lobbyen namelijk om de eigen getrouwen op de meest prestigieuze of meest invloedrijke diplomatieke posten te krijgen. Een objectieve selectie op basis van ervaring of talenkennis komt pas op de tweede plaats. Zonder aan de capaciteiten van deze mensen te twijfelen, het etiket topdiplomaat dank je in de eerste plaats aan de nauwe banden met Laken of met de traditionele partijen.

De personeelskeuze van le roi Philippe toont alvast een voortzetting van deze praktijk die regelrecht ingaat tegen het principe van wat een civil servant hoort te zijn. Diplomaten moeten immers niet ten dienste staan van hun koning, wel van de bevolking. Met zo'n uitgebouwd kabinet lijkt het ook weinig waarschijnlijk dat de nieuwe koning zich zal beperken tot louter ceremoniële taken.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is